Inmiddels 2026: het einde van het handhavingsmoratorium; de praktijk wordt creatief voor de flexibele schil
Zoals u weet loopt het handhavingsmoratorium onder de Wet DBA af. In 2026 is er nog wel de ‘verlengde zachte landing’. Veel ondernemingen met een flexibele schil (dit kunnen ‘vaste’ zzp’ers, waarnemers, interim ‑ specialisten et cetera zijn) gaan op zoek naar oplossingen. Kunnen we op dezelfde manier blijven samenwerken, of lopen we nu wél handhavings- en naheffingsrisico’s? Vaak moet er iets gebeuren, dat is duidelijk. Maar wat? Een eerste reflex is vaak: dan maar iedereen in loondienst. In de praktijk is dat lang niet altijd wenselijk, noch nodig. In deze blog bespreken we een vorm die in de medische hoek wel vaker wordt gebruikt: de (gefaseerde) maatschap. Deze kan in voorkomend geval een oplossing bieden om langdurige samenwerking vorm te geven. Het is nadrukkelijk geen wondermiddel voor elke situatie, maar wel een serieuze optie om de flexibele schil juridisch robuuster, fiscaal passender en bedrijfseconomisch gezonder te organiseren. Bovendien is het maatwerk, niet in alle situaties passend, en moet er altijd ook oog zijn voor de btw-aspecten. Dit kan overigens óók buiten de zorg nuttig zijn, bijvoorbeeld bij vrije beroepsbeoefenaren en/of consultants, juristen en andere professionele diensten.
- De context: Wet DBA, handhaving en de flexibele schil
Jarenlang bood het handhavingsmoratorium onder de Wet DBA ruimte, zolang er géén sprake was van de zogenaamde ‘kwaadwillendheid’. In veel vakgebieden, vooral de zorg, betekende dat er daardoor een flexibele schil is ontstaan van zzp’ers die in de dagelijkse praktijkvoering werken.
Nu de Belastingdienst de handhaving gaat opvoeren, wordt het onderscheid tussen echte zelfstandigheid en (fictieve) dienstbetrekking weer scherper relevant. Voor vaste waarnemers, “vaste” interim ‑ krachten en schijnbaar zelfstandige professionals kan dat spanning opleveren. De vraag is niet alleen of het juridisch nog kan, maar vaak wordt dit gecombineerd met de (uitgestelde!) vraag: “Welke structuur past bij de realiteit van onze samenwerking én bij onze strategie?”
Zo’n gefaseerde maatschap is dan een van de opties die kan helpen om:
- Langdurige samenwerking met vakgenoten vorm te geven op basis van gedeeld ondernemerschap;
- De fiscale en civielrechtelijke kwalificatie beter te laten aansluiten op de feitelijke verhoudingen;
- Én tegelijk de aantrekkelijkheid van de praktijk voor goede professionals te vergroten.
- Wat is zo’n gefaseerde maatschap in de praktijk?
Van oudsher is de maatschap een samenwerkingsvorm tussen vakgenoten (advocaten, notarissen, artsen, accountants, etc.) die gezamenlijk een praktijk drijven. Binnen die structuur is veel vrijheid om afspraken te maken over winstverdeling, inbreng, zeggenschap en arbeidsvergoedingen.
Zo’n gefaseerde maatschap is in die zin niets nieuws en bouwt hierop voort. In plaats van iemand in één keer als volwaardig maat op te nemen, kan een vakgenoot stapsgewijs instromen. Bijvoorbeeld:
- Toetreden met een beperkt winstaandeel (bijvoorbeeld 5%–10%) én een arbeidsvergoeding voor de gewerkte uren;
- Afspraken over doorgroei naar een groter winstaandeel als omzet, marge en onderlinge samenwerking zich goed ontwikkelen;
- Duidelijke exit ‑ afspraken voor het geval de samenwerking toch niet bevalt.
Voor de medicus (bijvoorbeeld huisarts), jurist (bijvoorbeeld advocaat) of andere specialist die nu als zzp’er werkt, kan dit een manier zijn om ondernemerschap te behouden. De gefaseerde maatschap tracht een oplossing te vinden voor het lastige en in de jurisprudentie ontwikkelde criterium van ‘inbedding’ (zie Deliveroo en/of Uber-jurisprudentie). In zekere zin is het mogelijk deze maat wél in te bedden in een duurzame gezamenlijke praktijk.
- Waarom de gefaseerde maatschap interessant kan zijn (maar niet altijd is)
De gefaseerde maatschap is geen doel op zich, maar een instrument. In de context van de Wet DBA en het einde van het handhavingsmoratorium kan het een aantal concrete voordelen bieden, afhankelijk van uw situatie. Wij bespreken er een aantal.
Mogelijke voordelen voor de praktijkhouder/ kantooreigenaar
- U verschuift de relatie van opdrachtgever–zzp’er naar samenwerking tussen vakgenoten, met gedeeld ondernemerschap en een bepaalde mate van winstdeling.
- U kunt een arbeidsvergoeding combineren met een winstaandeel (vergelijk een bonus of tantième bij loondienst). Toch blijven de uitvoeringskosten mogelijk vaak lager dan bij ‘gewone’ loondienstverbanden (denk aan de werkgeverslasten, risico’s en opvolging meegenomen in de vergelijking).
- ‘Boeien is binden’. Het is aannemelijk dat de betrokkenheid van de professional toeneemt. Dit leidt er ook toe dat men bouwt aan een natuurlijke opvolgingsroute: wie zich in fases bewijst, kan doorgroeien naar een groter winstaandeel en zwaardere verantwoordelijkheid.
Mogelijke voordelen voor de zzp’er/ vakgenoot
- De zzp’er kan – mits juist vormgegeven – ondernemerschap behouden en ook invloed, maar hoeft niet meteen “volledig partner” te zijn. Iets wat heden ten dage door veel beroepsbeoefenaren niet meer als het hoogst haalbare wordt gezien.
- De zzp’er krijgt meer werk- en inkomenszekerheid dan bij losse opdrachten of wisselende interim ‑ klussen.
- Een stap naar maatschap of partnerschap gespreid zetten, passend bij gezin, woonlasten en andere verplichtingen.
Zoals al eerder werd genoemd in deze blog, is het belangrijk dat deze vorm alleen passend is als de praktijk ook echt als gezamenlijke onderneming wordt gevoerd en de maat daadwerkelijk ondernemersrisico loopt.
- Eén van de mogelijkheden binnen een bredere strategie voor uw flexibele schil
Sinds de afbouw van het handhavingsmoratorium onder de Wet DBA krijgen wij (zeer) veel adviesvragen over de mogelijkheden van de flexibele schil. In de praktijk zien wij dat er grofweg vier richtingen zijn om na te denken over de toekomst van de flexibele schil in het licht van de Wet DBA. In het kader van deze Cervus Tax blog is het handig om deze even achter elkaar te zetten. Fiscaliteit speelt vaak een belangrijke rol, maar zeker niet de enige:
- Bewust kiezen voor loondienst: duidelijk, voorspelbaar, maar met impact op kosten, cultuur en flexibiliteit.
- Werken met echte zelfstandigen op afstand: projectmatig, met duidelijke afbakening en minder integratie in de organisatie.
- Structuren met gezamenlijke ondernemingen: zoals de gefaseerde maatschap of andere vormen van gedeeld ondernemerschap.
- Hybride modellen: een mix van bovenstaande, afhankelijk van functie, senioriteit en strategische rol.
De in deze blog beschreven gefaseerde maatschap hoort in dat derde blok.
- Overleg over uw flexibele schil, Wet DBA en samenwerkingsvormen?
De kernboodschap die wij uitdragen via deze Cervus Tax blog is de volgende: het aflopen van het handhavingsmoratorium onder de Wet DBA betekent niet automatisch dat uw flexibele schil in de prullenbak moet of dat ‘loondienst’ de enige optie is. Het betekent wel dat u bewuste keuzes moet maken over de structuur waarin u met vakgenoten samenwerkt. Zo vraagt de Belastingdienst bijvoorbeeld alle ondernemingen die werken met zzp’ers hier ‘beleid’ op te maken. De gefaseerde maatschap is daarbij een van de mogelijkheden om mee te nemen in uw strategische afweging en het te maken beleid, maar nooit los te bekijken van uw cijfers, uw mensen en uw lange termijn. Bij vragen neemt u gerust contact op met Cervus Tax.
Cervus Tax, Zwolle januari 2026
Jan Willem Reilink
+31 (0)85 302 10 52
Jan Pieter van Eck
+ 31 (0) 85 302 1050
http://www.linkedin.com/pub/jan-pieter-van-eck/0/760/198
Delen:
© Copyright 2025 – voorwaarden – privacy statement – gehost door B&S Media

