Hoge Raad over splitsingsfaciliteit: bewijsvermoeden (deels) van tafel
Bij Cervus Tax adviseren wij (zeer) veel over reorganisatie van ondernemingen. Het is typische een onderwerp waar een advies boutique zoals Cervus Tax voor gevraagd wordt om te begeleiden. In dat kader was er recent weer een (zeer!) interessant arrest dat door onze Hoge Raad werd gewezen. Eentje waarvan wij van mening zijn dat die zal ‘nagalmen’ zoals dat heet. Tijd dus weer voor een blog. Het arrest ging over de toepassing van de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting. Cervus Tax legt in deze blog uit wat dit arrest over het wettelijke bewijsvermoeden bij een juridische splitsing betekent voor bedrijven en ondernemers (waaronder DGA’s) in Nederland. Deze zaak is hier te vinden op rechtspraak.nl.
Wat is de splitsingsfaciliteit bij een juridische splitsing?
De splitsingsfaciliteit is opgenomen in artikel 14a van de Wet Vpb. Ze maakt het – versimpeld samengevat – mogelijk een juridische splitsing fiscaal geruisloos te laten verlopen. De meerwaarden blijven dan onbelast, mits onder meer geen sprake is van het doorslaggevende motief om belastingheffing te ontgaan of uit te stellen.
De wetgever wilde misbruik voorkomen. Daarom is in de wet een wettelijk bewijsvermoeden opgenomen: in bepaalde situaties wordt verondersteld dat een splitsing een fiscaal ongerechtvaardigd motief heeft. De bewijslast verschuift dan naar de belastingplichtige, die aannemelijk moet maken dat zakelijke redenen aan de splitsing ten grondslag liggen.
De kernvraag in de zaak bij de Hoge Raad: hoever mag dit nationale bewijsvermoeden gaan als het zou kunnen botsen met de Europese Fusierichtlijn, die juist beoogt reorganisaties zoveel mogelijk fiscaal te faciliteren?
De zaak bij de Hoge Raad: splitsingsfaciliteit versus bewijsvermoeden
In de voorliggende zaak ging het om een juridische splitsing binnen een concernstructuur. Activa en activiteiten werden overgeheveld naar een andere vennootschap gebruik maken van een splitsing. De zaak betrof een door De Nederlandsche Bank (DNB) afgedwongen verkoop van een verzekeringsonderneming. De bij de afsplitsing verkregen aandelen in de nieuw opgerichte vennootschap werden kort na de splitsing aan een derde verkocht. De inspecteur weigerde toepassing van de splitsingsfaciliteit (artikel 14a Wet op de vennootschapsbelasting 1969), omdat het wettelijke bewijsvermoeden zou meebrengen dat zakelijke overwegingen ontbraken. De inspecteur weigerde daarom de toepassing van de splitsingsfaciliteit. Dit leidde tot een afrekening over stille reserves (au!).
De discussie spitste zich toe op twee vragen:
- Mag de inspecteur in deze situatie zonder meer uitgaan van het nationale bewijsvermoeden?
- Of moet het bewijsvermoeden wijken voor het Unierecht, met name de Fusierichtlijn?
Waarbij uiteraard een belangrijk gegeven is, dat de nationale regeling tot stand is gekomen op basis van de Fusierichtlijn.
Oordeel Hoge Raad: nationaal bewijsvermoeden moet (buiten) toepassing blijven
De Hoge Raad gaat er in haar arrest van 27 februari 2026 eens goed voor zitten (ECLI:NL:HR:2026:298). De Hoge Raad bekijkt hierbij de Nederlandse wetgeving inzake de splitsingsvrijstelling maar bekijkt deze in het daglicht en in verhouding met de Fusierichtlijn (Richtlijn 2009/133/EG) en ook de jurisprudentie ven het Hof van Justitie van de EU. De Hoge Raad is duidelijk: het nationale bewijsvermoeden mag niet zó worden toegepast dat het doel en de strekking van de Europese splitsingsregeling worden ondergraven. De inspecteur kan dus niet automatisch uitgaan van een fiscaal doorslaggevend motief enkel omdat de wet een vermoeden kent. Een spelletje rondom het verdelen van de bewijslast dus! Dit is een beslissing van de Hoge Raad die wij als Cervus Tax toejuichen.
Belangrijke lessen die uit het arrest geleerd worden (let op: nuance kan gelden!) via rechtsoverwegingen 4.2.4 tot en met 4.3 van het arrest:
- Een derde verkoop van aandelen binnen drie jaar na een splitsing op zichzelf geen misbruik oplevert, ook niet bij een reeds bestaand verkoopvoornemen ten tijde van de splitsing;
- Ook aandeelhoudersmotieven zakelijke overwegingen kunnen vormen, mits niet overwegend fiscaal gedreven;
- De inspecteur niet kan volstaan met een beroep op een wettelijk vermoeden als gevolg van een derde verkoop binnen drie jaar, maar concreet moet onderbouwen waarom sprake zou zijn van misbruik;
- Voor de beoordeling van zakelijke overwegingen moet worden beoordeeld of zowel het einddoel van de splitsing, als de splitsing als gekozen weg naar dat einddoel in vergelijking met andere voorhanden alternatieven, is ingegeven door zakelijke overwegingen (de zogenaamde ‘dubbele toets’).
De uitspraak zet een duidelijke streep door de automatische bewijslastomkering die de praktijk jarenlang heeft gekend bij verkoop binnen drie jaar na een splitsing. Let op: het is in deze zaak nog afwachten want er is door de Hoge Raad verwezen naar een ander Hof voor nader feitenonderzoek).
Gevolgen voor de praktijk: juridische splitsing en fiscale reorganisatie
Het arrest van de Hoge Raad heeft directe impact op het gebruik van splitsingen en de splitsingsfaciliteit bij reorganisaties. Belangrijke lessen voor de praktijk zijn:
- Sterkere positie belastingplichtige bij reorganisatie
De Belastingdienst kan niet langer volstaan met een automatisch beroep op het nationale bewijsvermoeden. Bij herstructureringen moet de inspecteur concreet motiveren waarom de splitsingsfaciliteit zou moeten worden geweigerd. Dit versterkt de bewijsrechtelijke positie van bedrijven en ondernemers die op zakelijke gronden reorganiseren. - Zakelijke motieven en documentatie zijn cruciaal
Zoals wel vaker geldt: een superbelangrijk advies is dus, dat de belastingplichtige zijn zakelijke motieven voor een juridische splitsing – zoals governance, risicospreiding, financiering of opvolging – goed moet vastleggen. Denk aan:- Een uitgewerkt reorganisatieplan;
- Cijfermatige onderbouwing (business case, winstverwachtingen);
- Heldere beschrijving van de structuur vóór en na de splitsing;
- Notulen van bestuursvergaderingen en/ of aandeelhoudervergadering die deze overwegingen erkennen en vastleggen als grondreden voor de reorganisatie.
Dit arrest leert weer, dat een goed onderbouwd dossier het eenvoudiger maakt om (in dit geval) de splitsingsfaciliteit te claimen en discussies over het doorslaggevende motief te voorkomen c.q. te winnen indien nodig.
- Meer ruimte voor vooroverleg met Belastingdienst
Nu de Hoge Raad de reikwijdte van het bewijsvermoeden begrenst, zou het zondermeer zo moeten zijn dat er meer ruimte ontstaat voor inhoudelijk overleg met de Belastingdienst over de toepassing van de splitsingsfaciliteit. Belastingplichtigen die graag kiezen voor vooroverleg of verplicht zijn om tot vooroverleg over te gaan (bijvoorbeeld in verband met een convenant in het kader van horizontaal toezicht/ HT) kunnen explicieter bespreken welke zakelijke redenen er zijn en hoe deze zich verhouden tot de fiscale gevolgen.
Hoe kijkt Cervus Tax naar dit arrest en de beslissing?
Als gespecialiseerd fiscaal advieskantoor zien wij in de praktijk dat herstructureringen zelden alleen fiscaal gedreven zijn. Meestal is sprake van een combinatie van:
- Verbetering van gouvernantes en aansprakelijkheidsstructuur;
- Risicospreiding tussen activiteiten en vennootschappen;
- Financierings- en investeringsbehoeften;
- Bedrijfsopvolging
- Participaties (door derden in de vorm van strategische investeerders of financial investors);
- Managementparticipatie (in het kader van binden van het key-management);
- Stewart – ownership achtige vraagstukken;
- Een combinatie van bovenstaande.
Binnen deze kaders is de vraag aan Cervus Tax natuurlijk wel vaak om fiscaal nadelige neveneffecten (zoals eindafrekeningen, fiscale realisatie van stille reserves etc) zoveel mogelijk te vermijden. Dit arrest van de Hoge Raad benadrukt dat die zakelijke motieven ertoe doen. De inspecteur kan niet onbeperkt leunen op een wettelijk bewijsvermoeden als dit op gespannen voet staat met Europese regels. De focus verschuift: er is ruimte om de splitsingsfaciliteit met vertrouwen te benutten, mits de herstructurering goed doordacht en gedocumenteerd is.
Overweegt u een juridische splitsing? Dit kunt u nu doen
Denkt u na over een juridische splitsing of een andere vorm van fiscale reorganisatie binnen uw onderneming? Let dan op de volgende punten:
- Breng de zakelijke redenen voor de splitsing duidelijk in kaart.
- Toets of en hoe de splitsingsfaciliteit kan worden toegepast in uw concrete situatie.
- Leg feiten, motieven en cijfermatige onderbouwing zorgvuldig vast in het dossier.
- Overweeg vooroverleg met de Belastingdienst, zeker bij complexe of omvangrijke herstructureringen.
Bij Cervus Tax helpen wij bedrijven, ondernemers, DGA’s en investeerders bij het opzetten, beoordelen en vastleggen van juridische splitsingen en andere reorganisaties. Graag zijn wij ook uw onderneming van dienst.
Contact Cervus Tax
Jan Pieter van Eck
+ 31 (0) 85 302 1050
http://www.linkedin.com/pub/jan-pieter-van-eck/0/760/198
Derk Prinsen
+ 31 (0) 853021053
© Copyright 2026 – voorwaarden – privacy statement – gehost door B&S Media

